Jan.01

“Ik ben De Kleine Klok!”

Riep ik in de afgelopen weken naar iedereen, die het maar horen wilde. De steevaste blik op de gezichten van de luisteraars; „Die is gek geworden!”

Nee hoor! Op zondag 13 april 2014 ben ik gedurende 2 uur, 34 minuten en 23 seconden ,De Kleine Klok’ in de mooiste marathon van Nederland, nee de hele wereld, in mijn geboorteplaats Rotterdam natuurlijk! Voor de tweede keer rijden Do (mijn motor) en ik mee in die Marathon. Had ik vorig jaar nog een jurylid voor de dameswedstrijd achterop, nu word ik bevorderd tot ,De Kleine Klok’ die ook bij de dameswedstrijd hoort. Mijn opdracht is kort en duidelijk:

„Rij steeds voor de groep waarin de eerste dames lopen.”

 

Ik krijg ook een duo-passagier. Mike zit achterop, hij is coach van veel dames en hazen. Zo bepaalt hij een klein beetje het verloop van de wedstrijd. Al moeten de vrouwelijke  atleten uit Afrika natuurlijk wel zelf lopen.

Voorbereidingen

Een paar weken voor de marathon wordt ik door een coördinator van het MBT (Motor Begeleidings Team) gebeld met de vraag of het lukt om achterop mijn motor een digitale wedstrijdklok te monteren? „Als ik mijn topkoffer thuislaat, heb ik een mooi plateau, waarop zo’n ding kan staan. Maar hoe moet die klok vast en hebben ze stroom nodig? vraag ik direct. „Dat is niet onze zorg. Dat doen de vrijwilligers die aan de marathon verbonden zijn,” krijg ik als antwoord. Nou prima, dan ben ik vanaf dit moment dus ‚De Kleine Klok’!

Vroeg op

Op zondagochtend 13 april is het zover. We melden ons al vroeg in het beroemde Hilton hotel aan het Weena in Rotterdam. Alle aanwezige MBT’ers krijgen de nodige instructies. De afspraak in het draaiboek lijkt duidelijk: De Kleine Klok komt met iemand van de organisatie naar het Hilton. Maar op het afgesproken tijdstip? Geen ‚Kleine Klok’. De andere motorrijders maken zich klaar en vertrekken naar het beginpunt van de marathon. Ik blijf staan, want afspraak is afspraak. Maar helaas, niets. Na wat geharrewar weten de klok en ik elkaar te vinden. Voor ik het me realiseer, zijn drie mannen al hard bezig om de klok te monteren. In een mum van tijd zijn we startklaar.

Groot probleem

Maar er dient zich nu een echt probleem aan. Er was mij nadrukkelijk gevraagd om een extra helm mee te nemen en daar komt mijn bijrijder aanlopen… met helm! Dus heb ik een ernstig probleem: waar laat ik mijn extra helm? Ik probeer het bij mijn mede MBT’ers, helaas geen plek. Dan verzin ik een noodoplossing: ik bind de extra helm gewoon helemaal achterop mijn motor. Het kenteken is nog wel te zien, maar mijn remlicht niet meer; helaas. Dan moet de klok natuurlijk wel op het goede moment aan en ook nog de goede tijd aangeven. Plotseling staat er iemand met een knopje in zijn hand voor me. Hij legt me uit:

 „Ik sta met een wit busje voor de Mac Donalds en krijg daar het signaal van de start. Met dat signaal kom ik naar je toe en start dan op afstand De Kleine Klok.”

 

Ik ga een stukje verderop op de Coolsingel bij de C&A staan. Intussen komen ook de politiemotoren eraan en na enig overleg stoppen ze een stukje verderop. Het wordt half elf; in de verte horen we het kanon bulderen. Ja hoor, het busje komt er snel aan. Er wordt op een knopje gedrukt en ‚De Kleine Klok’ loopt. Gezellig een stukje over de Coolsingel met de politiemotoren mee en iets verderop even het gas erop. Met gezwinde spoed rijden we over de Schiedamsedijk naar de Laan op Zuid. ‚De Kleine Klok’, mijn bijrijder en ik wachten in een parkeerhaven op de groep met de eerste dame.

Van start

Daar zijn ze. We trekken op en een motorrit van bijna twee en een half uur volgt. Niet snel. Sterker nog: alleen in de eerste versnelling. Wij krijgen het er allemaal erg warm van. Mijn medepassagier is behalve ‚assistent kleine klok’ vooral coach van de dameswedstrijd en alle hazen die daaromheen betrokken zijn. De meeste tijd rijden een we een stuk voor de eerste dame, regelmatig komen we vlak naast het groepje om korte opdrachten te geven of even te overleggen. De hazen doen perfect hun best en zorgen ervoor dat het tempo niet te hoog of niet te laag is. Helaas één van de dames laat haar bidon vallen en raakt daardoor achter. Een haas moet zich gelijk terug laten vallen en bij haar blijven. In het Kralingse Bos komt de nummer 1 helemaal alleen (zonder hazen) te zitten.

 Dat gaat een poos goed,” 
 Zie ik in mijn achteruitkijkspiegels. Maar in Crooswijk gaat het lichtje bij haar volledig uit. De nummer 2 van dat moment (nog steeds met die haas) komt snel naar voren en zal uiteindelijk winnen. Dat hebben mijn bijrijder en ik niet kunnen zien, want op de Coolsingel op de hoek van de Meent worden wij van het parcours geleid en kan ik alleen horen dat ze ook echt wint. Mijn bijrijder was er ondertussen snel van de motor gesprongen en er als een haas vandoor gegaan. Ik moet afscheid nemen van mijn geliefde ‚Kleine Klok’, die nog steeds dapper de tijd aangeeft. Demontage gaat makkelijk en daar gaat ze terug naar de koffer, waar het apparaat weer moet wachten op de volgende wedstrijd.

Naar huis

Ik ben zomaar weer ‚De Kleine Klok’ af. Met een heel tevreden gevoel rijden we weer naar huis. Waar Do door (voor een motor) normale snelheden weer op de goede temperatuur komt. Na de rit staat ze onder haar dekentje nog te mijmeren van een mooie Marathon in Rotterdam.




Plaats een reactie

Comment