Sep.09

‘Als ik later oud en rijk ben’ …

‘Als ik later oud en rijk ben’ …

Met deze opmerking heb ik jarenlang mijn kinderen om de oren geslagen. Dat accepteerden ze klakkeloos. “Het uitkomen van die zinloze droom gebeurde toch niet,” dachten mijn drie kinderen.

Maar mijn droom; het bezitten van een eigen motor, bleef zeker 30 jaar in mijn achterhoofd rondwaren. Die kreet had voor mij een wel degelijk diepere betekenis, want die uitspraak sloeg op mijn jarenlange stille verlangen om op een motor over ‘s Heren wegen te kunnen rijden. Inmiddels ben ik wel oud geworden en rijk? Dat zit er niet meer in! Een paar jaar geleden had ik een goede periode, waardoor ik me het halen van het A rijbewijs (voor de motor dus) en de aanschaf van een een mooie, gebruikte motor kon veroorloven.

Droom

Ik moet eerst maar eens terug gaan naar mijn tienertijd. Mijn grote neef Gerben reed wel op een motor en dat was indrukwekkend. Hij begon met een Engelse motor, een Triumph Bonneville en die werd later ingeruild voor een BMW K75. Die Duitse motor heeft hij nog steeds in zijn garage staan. Ik mocht met hem mee achterop ritjes maken. Soms dichtbij en soms wel naar verre bestemmingen binnen Nederland. Dan zette ik mijn donkerblauwe, met witte strepen, bromfietshelm op en trok de oude leren jas van mijn vader aan. We reden in de zomerweekenden tochtjes door heel Nederland. Het hoogtepunt van het motorjaar lag op de derde zaterdag in juni, dan gingen we op de motor naar de TT in Assen. ‘s morgens vroeg op weg en dan, tussen steeds meer andere motoren, naar het Mekka van alle motorrijders. De motor werd ergens op een weiland geparkeerd, een heel eind lopen, aan de kassa 10 gulden betalen en dan uren op een grasdijk zitten. Na een dagje echte racemotoren kijken, gingen we weer terug. De Triumph had een motor van 650 cc en was daarmee zijn tijd al ver vooruit. Wij zaten rechtop en konden er met zijn tweeën forse snelheiden op halen. Onder gunstige omstandigheden wel 170 km per uur. Dat was aanmerkelijk sneller dan de meeste Japanse racemonstertjes met kuip, zoals de Yamaha’s en Suzuki’s die een inhoud van 250 of 350 cc hadden. Met veel toeren en veel lawaai haalden ze bij lange na niet de snelheid die wij toen al hadden. Ik had mezelf de taak van zwaaier toebedeeld; alle platliggende jongens gingen wij vrolijk wuivend voorbij.

Een meisje

Dat hielden we een paar jaar vol. Neef Gerben ruilde de Triumph in voor een prachtige donkerrode BMW K75 en ook daarmee gingen we op stap. Maar aan al het jonge geluk komt een einde. Op een dag kreeg ik de mededeling: “Jij kan eigenlijk niet meer achterop, want ik heb iemand ontmoet. Een meisje die ook wel achterop wil.” Mijn plaats werd dus bruut door een ander ingenomen! Daar kon ik later niet boos meer over worden. Dat meisje werd zijn vrouw en dat is ze nog steeds!




Plaats een reactie

Comment